Iraniërs verstaan de kunst van de gastvrijheid. Als je in Iran reist, word je elke dag uitgenodigd bij mensen thuis. Voor je het weet, zit je op een zacht tapijt met kussens in de rug en krijg je thee met koekjes en fruit.

Even later wordt een groot kleed op het tapijt gelegd waarop een maaltijd wordt uitgestald. Als de gastheer of gastvrouw niet wist dat je kwam, toveren ze vaak een soep met brood uit de keuken tevoorschijn. Samen soep eten verstevigt de vriendschapsband.

De keuken heet ‘de plaats waar de soep wordt klaargemaakt’ en de kok wordt ‘soepmaker’ genoemd. Als er opeens veel gasten komen, wordt de soep wat dunner gemaakt, want een gast wordt nooit geweigerd.

Maak zelf soep en brood. Klik op de knoppen hieronder voor het recept.

Mullah kreeg een kennis van het platteland op bezoek die een eend meebracht. Mullah was hem dankbaar. Zijn vrouw maakte eendensoep en ze aten er smakelijk van. Een paar dagen later kwam een bezoeker aan de deur. Hij zei dat hij een vriend was van de man die de eend had gebracht. Mullah gaf de man te eten. Enkele dagen later klopte weer een reiziger aan de deur. En daarna nog een reiziger en nog een en nog een. Mullah’s huis leek wel een restaurantje voor mensen die van ver kwamen. En iedereen die langskwam zei dat hij een vriend van de vriend van de vriend (enz.) was van de man die de eend had gegeven. Mullah vond het een beetje irritant worden. Op een dag werd er weer op de deur geklopt. En jawel, weer stond er een vreemdeling voor de deur. De man zei: “Ik ben de vriend van de vriend van de vriend (enz.) van de man die de eend voor u meenam’.

‘Kom binnen,’ zei Mullah.

Ze gingen aan tafel zitten. Mullah vroeg zijn vrouw de soep te serveren. De gast proefde van de soep. De soep leek wel warm water.

‘Wat voor soep is dit?’ vroeg de man aan Mullah.

‘Dat’, zei Mulla, ‘is de soep van de soep van de soep van de soep van de soep van de soep van de soep (enz.) van de eend.’